Onderwijs

Kinderen van 4 t/m 18 jaar ontdekken wetenschap en technologie.

Alle programma’s van Stichting Techniekpromotie zijn erop gericht om zoveel mogelijk kinderen van 4 t/m 18 jaar kennis te laten maken met wetenschap en technologie. Om ook in bovenbouw havo en vwo/technasium technologie laagdrempelig in te kunnen zetten hebben wij in samenwerking met het ministerie van Defensie Work on Robots ontwikkeld. Dit programma werkt met de onderzoeks- en ontwerpcyclus en kan voor het profielwerkstuk worden gebruikt.

Koppeling met de les en met het profielwerkstuk 
Het project Work on Robots kan prima worden geïntegreerd in de lessen van de bovenbouw. Ook kunnen leerlingen het onderzoek en het ontwerpen van het Remotely Operated Device (ROD) verder uitwerken in het kader van het profielwerkstuk. Mogelijke onderzoeksrichtingen kunnen zijn: 

  • Energie: hoe kan de ROD langere afstanden overbruggen? 
  • Chassistypes: welke chassistypes zijn het meest wendbaar en werken op de meeste soorten ondergrond die een ROD kan tegenkomen? 
  • Transport van kwetsbare goederen: hoe kun je de impact van de bewegingen van de ROD minimaliseren voor de slachtoffers? 

Ontwerpcyclus / empirische cyclus

Tijdens het werken aan de opdracht van Work on Robots werken de leerlingen met de onderzoeks- en ontwerpcyclus / empirische cyclus. Hierdoor leren zij dat niets van tevoren vaststaat. Ze analyseren een probleem grondig. Alleen informatie opzoeken op internet is niet voldoende: ze gaan experimenteren, onderzoeken en reflecteren. Vanuit deze gegevens werken ze aan hun ROD en vervolgens gaan ze deze testen en verbeteren.

Domeinen en Eindtermen

Hieronder wordt beschreven hoe Work on Robots aansluit bij de examenprogramma's natuurkunde en informatica havo en vwo.

Natuurkunde havo

Eindtermen: 1 - 15, 20, 26, 27, 28, 29, 30, 31

Domeinen en eindtermen:

  • Domein A Vaardigheden
    • Eindtermen 1 t/m 15
  • Domein C Beweging en energie
    • Subdomein C2 Energieomzettingen, eindterm 20
    • Domein G Meten en regelen
    • Subdomein G1: Gebruik van elektriciteit, eindterm 26
    • Subdomein G2: Technische automatisering*, eindterm 27
  • Domein H Natuurkunde en technologie, eindterm 28
  • Domein I Onderzoek en ontwerp
    • Eindtermen 29 t/m 31

Domeinen: 

Domein A: Vaardigheden

Algemene vaardigheden (profieloverstijgend niveau)

Subdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken

  1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken.

Subdomein A2: Communiceren

  1. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied.

Subdomein A3: Reflecteren op leren

  1. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces.

Subdomein A4: Studie en beroep

  1. De kandidaat kan aangeven op welke wijze natuurwetenschappelijke kennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan zijn belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen.

Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau)

Subdomein A5: Onderzoeken

  1. De kandidaat kan in contexten instructies voor onderzoek op basis van vraagstellingen uitvoeren en conclusies trekken uit de onderzoeksresultaten. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden.

Subdomein A6: Ontwerpen

  1. De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente redeneringen hanteren.

Subdomein A7: Modelvorming

  1. De kandidaat kan in contexten een probleem analyseren, een adequaat model selecteren, en modeluitkomsten genereren en interpreteren. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden.

Subdomein A8: Natuurwetenschappelijk instrumentarium

  1. De kandidaat kan in contexten een voor de natuurwetenschappen relevant instrumentarium hanteren, waar nodig met aandacht voor risico’s en veiligheid; daarbij gaat het om instrumenten voor dataverzameling en -bewerking, vaktaal, vakconventies, symbolen, formuletaal en rekenkundige bewerkingen.

Subdomein A9: Waarderen en oordelen

  1. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de natuur of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen.

Natuurkunde - specifieke vaardigheden

Subdomein A10: Kennisontwikkeling en -toepassing

  1. De kandidaat kan in contexten analyseren op welke wijze natuurkundige en technologische kennis wordt ontwikkeld en toegepast.

Subdomein A11: Technisch-instrumentele vaardigheden

  1. De kandidaat kan op een verantwoorde wijze omgaan met voor de natuurkunde relevante materialen, instrumenten, apparaten en ICTtoepassingen.

Subdomein A12: Rekenkundige en wiskundige vaardigheden

  1. De kandidaat kan een aantal voor de natuurkunde relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden correct en geroutineerd toepassen bij voor de natuurkunde specifieke probleemsituaties.

Subdomein A13: Vaktaal

  1. De kandidaat kan de specifieke vaktaal en vakterminologie interpreteren en produceren, waaronder formuletaal, conventies en notaties.

Subdomein A14: Vakspecifiek gebruik van de computer

  1. De kandidaat kan de computer gebruiken bij modelleren en visualiseren van verschijnselen en processen, en voor het verwerken van gegevens.

Subdomein A15: Kwantificeren en interpreteren

  1. De kandidaat kan fysische grootheden kwantificeren en mathematische uitdrukkingen in verband brengen met relaties tussen fysische begrippen.

Domein C: Beweging en energie

 Subdomein C2: Energieomzettingen

  1. De kandidaat kan in contexten de begrippen energiebehoud, rendement, arbeid en warmte gebruiken om energieomzettingen te beschrijven en te analyseren.

Domein G Meten en regelen

Subdomein G1: Gebruik van elektriciteit

  1. De kandidaat kan opwekking, transport en toepassingen van elektriciteit beschrijven en analyseren aan de hand van fysische begrippen.

Subdomein G2: Technische automatisering*

  1. De kandidaat kan meet-, stuur- en regelsystemen construeren en de functie en werking van de componenten beschrijven.

Domein H Natuurkunde en technologie

  1. De kandidaat kan in voorbeelden van technologische ontwikkeling die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen natuurkundige principes en wetmatigheden herkennen, benoemen en toepassen.

Domein I Onderzoek en ontwerp

Subdomein I1: Experiment

  1. De kandidaat kan in contexten die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen onderzoek doen door middel van experimenten en de resultaten analyseren en interpreteren.

Subdomein I2: Modelstudie

  1. De kandidaat kan in contexten die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen onderzoek doen door middel van modelstudies en de modeluitkomsten analyseren en interpreteren.

Subdomein I3: Ontwerp

  1. De kandidaat kan in contexten die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen op basis van een gesteld probleem een ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren.

Natuurkunde vwo

Eindtermen: 1 - 15, 19, 21, 30, 31, 32, 33

Domeinen en eindtermen:

  • Domein A Vaardigheden
    • Eindtermen 1 t/m 15
  • Domein C Beweging en wisselwerking
    • Subdomein C2 Energie en wisselwerking, eindterm 19
  • Domein D Lading en veld
    • Subdomein D1 Elektrische systemen, eindterm 21
  • Domein H Natuurwetten en modellen, eindterm 30
  • Domein I Onderzoek en ontwerp
    • Eindtermen 31 t/m 33

Domeinen:

Domein A: Vaardigheden

Algemene vaardigheden (profieloverstijgend niveau)

Subdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken

  1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken.

Subdomein A2: Communiceren

  1. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over onderwerpen uit het desbetreffende vakgebied.

Subdomein A3: Reflecteren op leren

  1. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces.

Subdomein A4: Studie en beroep

  1. De kandidaat kan aangeven op welke wijze natuurwetenschappelijke kennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan zijn belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen.

Natuurwetenschappelijke, wiskundige en technische vaardigheden (bètaprofielniveau)

Subdomein A5: Onderzoeken

  1. De kandidaat kan in contexten vraagstellingen analyseren, gebruik makend van relevante begrippen en theorie, vertalen in een vakspecifiek onderzoek, dat onderzoek uitvoeren, en uit de onderzoeksresultaten conclusies trekken. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden.

Subdomein A6: Ontwerpen

  1. De kandidaat kan in contexten op basis van een gesteld probleem een technisch ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren en daarbij relevante begrippen, theorie en vaardigheden en valide en consistente redeneringen hanteren.

Subdomein A7: Modelvorming

  1. De kandidaat kan in contexten een relevant probleem analyseren, inperken tot een hanteerbaar probleem, vertalen naar een model, modeluitkomsten genereren en interpreteren, en het model toetsen en beoordelen. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen en relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden.

Subdomein A8: Natuurwetenschappelijk instrumentarium

  1. De kandidaat kan in contexten een voor de natuurwetenschappen relevant

instrumentarium hanteren, waar nodig met aandacht voor risico’s en veiligheid; daarbij gaat het om instrumenten voor dataverzameling en –bewerking, vaktaal, vakconventies, symbolen, formuletaal en rekenkundige bewerkingen.

Subdomein A9: Waarderen en oordelen

  1. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de natuur of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen.

Natuurkunde - specifieke vaardigheden

Subdomein A10: Kennisontwikkeling en -toepassing

  1. De kandidaat kan in contexten analyseren op welke wijze natuurkundige en technologische kennis wordt ontwikkeld en toegepast.

Subdomein A11: Technisch-instrumentele vaardigheden

  1. De kandidaat kan op een verantwoorde wijze omgaan met voor de natuurkunde relevante materialen, instrumenten, apparaten en ICTtoepassingen.

Subdomein A12: Rekenkundige en wiskundige vaardigheden

  1. De kandidaat kan een aantal voor de natuurkunde relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden correct en geroutineerd toepassen bij voor de natuurkunde specifieke probleemsituaties.

Subdomein A13: Vaktaal

  1. De kandidaat kan de specifieke vaktaal en vakterminologie interpreteren en produceren, waaronder formuletaal, conventies en notaties.

Subdomein A14: Vakspecifiek gebruik van de computer

  1. De kandidaat kan de computer gebruiken bij modelleren en visualiseren van verschijnselen en processen, en voor het verwerken van gegevens.

Subdomein A15: Kwantificeren en interpreteren

  1. De kandidaat kan fysische grootheden kwantificeren en mathematische uitdrukkingen in verband brengen met relaties tussen fysische begrippen.

Domein C: Beweging en wisselwerking

Subdomein C2: Energie en wisselwerking

  1. De kandidaat kan in contexten de begrippen energiebehoud, rendement, arbeid en warmte gebruiken om energieomzettingen te beschrijven en te analyseren.

Domein D: Lading en veld

Subdomein D1: Elektrische systemen

  1. De kandidaat kan in contexten elektrische schakelingen analyseren met behulp van de wetten van Kirchhoff. Daarbij kan de kandidaat energieomzettingen analyseren.

Domein H Natuurwetten en modellen

  1. De kandidaat kan in voorbeelden die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen fundamentele natuurkundige principes en wetmatigheden herkennen, benoemen en toepassen.

Ook kan de kandidaat een model hanteren en de grenzen van de toepasbaarheid en betrouwbaarheid van een bepaald model voor een fysisch verschijnsel beoordelen.

Domein I Onderzoek en ontwerp

Subdomein I1: Experiment

  1. De kandidaat kan in contexten die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen onderzoek doen door middel van experimenten en de resultaten analyseren en interpreteren.

Subdomein I2: Modelstudie

  1. De kandidaat kan in contexten die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen onderzoek doen door middel van modelstudies en de modeluitkomsten analyseren en interpreteren.

Subdomein I3: Ontwerp

33. De kandidaat kan in contexten die vallen binnen subdomeinen van het centraal examen op basis van een gesteld probleem een ontwerp voorbereiden, uitvoeren, testen en evalueren.

Informatica havo en vwo

Eindtermen kernprogramma: 1 t/m 13, 14, 15, 16, 23, 24
Eindtermen keuzethema’s: 42, 43, 44, 50, 51, 59, 63, 64

Domeinen en eindtermen:

  • Domein A: Vaardigheden
    • Eindtermen 1 t/m 13
  • Domein B: Grondslagen
    • Subdomein B1: Algoritmen, eindterm 14
    • Subdomein B2: Datastructuren, eindterm 15
    • Subdomein B3: Automaten, eindterm 16
  • Domein D: Programmeren
    • Subdomein D1: Ontwikkelen, eindterm 23
    • Subdomein D2: Inspecteren en aanpassen, eindterm 24
  • Domein K: Keuzethema Computerarchitectuur
    • Subdomein K1: Booleaanse algebra, eindterm 42
    • Subdomein K2: Digitale schakelingen, eindterm 43
    • Subdomein K3: Machinetaal, eindterm 44
  • Domein M: Keuzethema Physical computing
    • Subdomein M1: Sensoren en actuatoren, eindterm 50
    • Subdomein M2: Ontwikkeling physical computing componenten, eindterm 51
  • Domein Q: Keuzethema Maatschappelijke en individuele invloed van informatica
    • Subdomein Q1: Maatschappelijke invloed, eindterm 59
  • Domein R: Keuzethema Computational Science
    • Subdomein R1: Modelleren, eindterm 63
    • Subdomein R2: Simuleren, eindterm 64

Domeinen:

Domein A: Vaardigheden

Algemene vaardigheden

Subdomein A1: Informatievaardigheden gebruiken

  1. De kandidaat kan doelgericht informatie zoeken, beoordelen, selecteren en verwerken.

Subdomein A2: Communiceren

  1. De kandidaat kan adequaat schriftelijk, mondeling en digitaal in het publieke domein communiceren over informatica gerelateerde onderwerpen.

Subdomein A3: Reflecteren op leren

  1. De kandidaat kan bij het verwerven van vakkennis en vakvaardigheden reflecteren op eigen belangstelling, motivatie en leerproces.

Subdomein A4: Oriënteren op studie en beroep

  1. De kandidaat kan aangeven op welke wijze informaticakennis in studie en beroep wordt gebruikt en kan mede op basis daarvan de eigen belangstelling voor studies en beroepen onder woorden brengen.

Wetenschappelijke vaardigheden

Subdomein A5: Onderzoeken

  1. De kandidaat kan
  • (in het havo-programma:) in contexten instructies voor onderzoek op basis van vraagstellingen uitvoeren en conclusies trekken uit de onderzoeksresultaten. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen.
  • (in het vwo-programma:) in contexten vraagstellingen analyseren, gebruik makend van relevante begrippen en theorie, vertalen in een vakspecifiek onderzoek, dat onderzoek uitvoeren, en uit de onderzoeksresultaten conclusies trekken. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen.

Subdomein A6: Modelleren

  1. De kandidaat kan in contexten een relevant probleem analyseren, inperken tot een hanteerbaar probleem, vertalen naar een model, modeluitkomsten genereren en interpreteren, en het model toetsen en beoordelen. De kandidaat maakt daarbij gebruik van consistente redeneringen.

Subdomein A7: Waarderen en oordelen

  1. De kandidaat kan in contexten een beargumenteerd oordeel geven over een situatie in de praktijk of een technische toepassing, en daarin onderscheid maken tussen wetenschappelijke argumenten, normatieve maatschappelijke overwegingen en persoonlijke opvattingen.

Informatica-specifieke vaardigheden

Subdomein A8: Ontwerpen en ontwikkelen

  1. De kandidaat kan in een context mogelijkheden zien voor het inzetten van digitale artefacten, deze mogelijkheden vertalen tot een doelstelling voor ontwerp en ontwikkeling, daarbij technische factoren, omgevingsfactoren en menselijke factoren betrekken, wensen en eisen specificeren en deze op haalbaarheid toetsen, een digitaal artefact ontwerpen, bij het ontwerp van een digitaal artefact keuzes afwegen via onderzoeken en experimenteren, een digitaal artefact implementeren, en de kwaliteit van digitale artefacten evalueren, en deze vaardigheden in samenhang inzetten voor het ontwikkelen van digitale artefacten.

Subdomein A9: Informatica hanteren als perspectief

  1. De kandidaat kan in contexten verschijnselen duiden, uitleggen en verklaren in termen van informatica, informatica-concepten herkennen en met elkaar in verband brengen, en mogelijkheden en beperkingen van digitale artefacten inschatten en beredeneren in vaktermen.

Subdomein A10: Samenwerken en interdisciplinariteit

  1. De kandidaat kan bij het ontwerpen en ontwikkelen van digitale artefacten op een gestructureerde wijze samenwerken in een team, en samenwerken met mensen afkomstig uit een toepassingsgebied.

Subdomein A11: Ethisch handelen

  1. De kandidaat kan beschrijven welke ethische normen en waarden een rol spelen bij het gebruik en de ontwikkeling van digitale artefacten, het eigen handelen expliciet vergelijken met ethische richtlijnen, (in het vwo-programma:) en het eigen handelen kritisch analyseren en relateren aan ethische dilemma’s.

Subdomein A12: Informatica-instrumentarium hanteren

  1. De kandidaat kan voor de informatica relevante gereedschappen hanteren, waar nodig met aandacht voor risico’s en veiligheid; daarbij gaat het om (computer)apparatuur, besturingssystemen, applicaties, vaktaal, vakconventies en formalismen.

Subdomein A13: Werken in contexten

  1. De kandidaat kan de in domein A genoemde vaardigheden en de in domeinen B tot en met F, en in de gekozen domeinen uit G tot en met R, genoemde concepten ten minste gebruiken in beroepscontexten, in maatschappelijke contexten (in het vwo-programma:) en in wetenschappelijke contexten.

Domein B: Grondslagen

Subdomein B1: Algoritmen

  1. De kandidaat kan een oplossingsrichting voor een probleem uitwerken tot een algoritme, daarbij standaardalgoritmen herkennen en gebruiken, en de correctheid en efficiëntie van digitale artefacten onderzoeken via de achterliggende algoritmen.

Subdomein B2: Datastructuren

  1. De kandidaat kan verschillende abstracte datastructuren met elkaar vergelijken op elegantie en efficiëntie.

Subdomein B3: Automaten

  1. De kandidaat kan eindige automaten gebruiken voor de karakterisering van bepaalde algoritmen.

Domein D: Programmeren

Subdomein D1: Ontwikkelen

  1. De kandidaat kan, voor een gegeven doelstelling, programmacomponenten ontwikkelen in een imperatieve programmeertaal, daarbij programmeertaalconstructies gebruiken die abstractie ondersteunen, en programmacomponenten zodanig structureren dat ze door anderen gemakkelijk te begrijpen en te evalueren zijn.

Subdomein D2: Inspecteren en aanpassen

  1. De kandidaat kan structuur en werking van gegeven programmacomponenten uitleggen, en zulke programmacomponenten aanpassen op basis van evaluatie of veranderde eisen.
  2. Keuzethema’s

Domein K: Keuzethema Computerarchitectuur

Subdomein K1: Booleaanse algebra

  1. De kandidaat kan rekenen met formules in Booleaanse algebra.

Subdomein K2: Digitale schakelingen

  1. De kandidaat kan eenvoudige digitale schakelingen op bit-niveau construeren.

Subdomein K3: Machinetaal

  1. De kandidaat kan een eenvoudig programma in machinetaal schrijven aan de hand van de beschrijving van een instructieset-architectuur.

Domein M: Keuzethema Physical computing

Subdomein M1: Sensoren en actuatoren

  1. De kandidaat kan sensoren en actuatoren waarmee een computersysteem de fysieke omgeving kan waarnemen en aansturen herkennen en functioneel beschrijven.

Subdomein M2: Ontwikkeling physical computing componenten

  1. De kandidaat kan fysieke systemen en processen modelleren met het oog op real time besturingsaspecten en kan met behulp van deze modellen, sensoren en actuatoren een computersysteem ontwikkelen om fysieke systemen en processen te bewaken en besturen.

Domein Q: Keuzethema Maatschappelijke en individuele invloed van informatica

Subdomein Q1: Maatschappelijke invloed

  1. De kandidaat kan positieve en negatieve effecten van informatica en de genetwerkte samenleving op individueel en sociaal leven verklaren en voorspellen.

Domein R: Keuzethema Computational Science

Subdomein R1: Modelleren

  1. De kandidaat kan aspecten van een andere wetenschappelijke discipline modelleren in computationele termen.

Subdomein R2: Simuleren

  1. De kandidaat kan modellen en simulaties construeren en gebruiken voor het onderzoeken van verschijnselen in die andere wetenschap.

Technasium

De opdracht van Work on Robots is geschikt voor het technasium onderwijs.

Technasium leerlingen kunnen in hun meesterproeffase, als extra verdieping naast het huidige lesmateriaal 2021-2022 aanvullende onderzoeken doen. Ter inspiratie:

  • hoe – op andere manieren dan over land – robots mensen kunnen opsporen en vervoeren;
  • hoe robots bij andere rampen ingezet kunnen worden;
  • of en hoe de samenwerking met andere onderdelen/divisies van Defensie nuttig kan zijn;
  • of een andere programmeertaal gebruikt kan worden (niet toegestaan bij deelname aan Work on Robots GO!).

 Deze resultaten kunnen worden opgenomen in het logboek. Dit wordt echter niet beoordeeld tijdens het evenement.

Diversiteit en inclusie

Diversiteit is een actueel thema waar we ook in het onderwijs iets mee ‘moeten’. Het lijkt een gemakkelijk thema, maar de ervaring leert dat dat niet zo is. In onze programma’s zien we dat jongens toch vaker de ‘technische rol’ in een project krijgen toebedeeld en dat meisjes vooral worden ingezet om de presentatie te maken. Sterker nog, wanneer we vragen op welke manier een team wordt samengesteld zien we dat er vaak nauwelijks bij wordt stilgestaan welke gevolgen de gekozen aanpak heeft.

We hebben een handleiding geschreven waarbij we ingaan op de begrippen diversiteit en inclusie en proberen het bewustzijn te prikkelen om met een andere bril te kijken naar de kinderen in een klas. In deze handleiding bieden we je handvatten, die je onder andere kunt gebruiken bij het werken met onze programma's.

Stichting Techniekpromotie

We maken ons sterk om wetenschap & technologie te integreren in het leven van kinderen en jongeren van 4 t/m 18 jaar. We willen hen de kans geven een positieve attitude voor wetenschap & technologie te ontwikkelen en het eigen talent op dit gebied te ontdekken.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
+31 (0)40-247 3300